Kees van Dongen (Delfshaven 1877 – Monte Carlo 1968)

Vanaf het einde van de negentiende eeuw trokken kunstenaars en schrijvers uit alle hoeken van de wereld naar de Franse hoofdstad: Parijs was het culturele centrum van Europa. Onder hen waren veel Nederlanders; Jongkind en Van Gogh in de negentiende eeuw en Mondriaan en Karel Appel in de twintigste. Ook de in Delfshaven geboren Kees van Dongen vestigde zich in Parijs. Daar begon hij zijn carrière in de kunst door illustraties te leveren voor tijdschriften als L'assiette au beurre.

De Franse taal leerde Van Dongen naar eigen zeggen tussen de lakens bij de hoertjes die hij bezocht. Zij waren een inspiratiebron voor zijn werk. Op gedurfde schilderijen beeldde Van Dongen de rand van de samenleving af, een wereld van alcohol en prostitutie. Zijn voorkeur voor het schilderen van naakte vrouwen - prostituées, maar ook zijn eigen vrouw en zijn minnaressen - gebeurde onder het motto 'de vrouw is het mooiste landschap'.

Echt succesvol werd Van Dongen na de Salon d'Automne van 1905, een expositie waar naast werk van Van Dongen ook doeken van Matisse, De Vlaminck en Derain te zien waren. De invloedrijke kunstbeschouwer Louis Vauxcelles betitelde de makers van de levendige, kleurige schilderijen met gesimplificeerde voorstellingen als fauves (wilde beesten) waarmee de kunststroming fauvisme geboren was. De fauvistische schilderijen van Van Dongen zijn beïnvloed door Toulouse-Lautrec, Steinlen en Daumier. Ze werden heel populair en Van Dongen kwam in de hoogste kringen. Ook raakte hij bevriend met Picasso en auteurs als Apollinaire.      

Vervolg