Kees van Dongen (Delfshaven 1877 - Monte Carlo 1968)
Een levensgenieter en ongrijpbare cynicus die lak had aan alles en iedereen. En tegelijkertijd een hard werker, een scherp waarnemer en Nederlands grootste schilder na Van Gogh en Mondriaan. Wie over Kees van Dongen leest, vindt sterk uiteenlopende typeringen over de van oorsprong Nederlandse kunstenaar. Zijn werk en vooral ook zijn flamboyante levensstijl maakten hem spraakmakend in Parijs, waar hij tot de belangrijkste kunstenaars werd gerekend. In de eerste helft van de vorige eeuw was hij een gevierd kunstenaar die met zijn uitbundige kleurgebruik een stempel op de hedendaagse kunst heeft gedrukt. Van Dongen´s favoriete onderwerp was vrouwen. Hij schilderde hen vanwege hun schoonheid, ze waren ´het mooiste landschap´, aldus de kunstenaar. Hij koos ervoor hen bijna zonder perspectief neer te zetten, in gedurfde poses, met grote amandelvormige ogen en in felle kleuren. Maar ook het kleurrijke leven van de Parijse beau monde was voor Van Dongen een dankbaar onderwerp. Na zijn vertrek uit Nederland op 20-jarige leeftijd vestigde de schilder zich in de Franse hoofdstad. Na een periode van grote armoede wist hij zichzelf op te werken. In de jaren twintig was Van Dongen zo populair dat hij de opdrachten voor het uitzoeken had. Beroemde actrices, schatrijke industriëlen en koninklijke personen stonden in de rij om door hem, vaak met een knipoog en een tikje ironie, geportretteerd te worden. Hoewel Van Dongen vooral bekend is geworden om zijn schilderkunst, heeft hij zich zijn hele leven op hoog niveau bezig gehouden met grafisch werk. Tot de jaren 30 gebruikte Van Dongen vaak de pochoir-techniek, een bijzondere methode waarbij sjablonen van dun folie op papier werden gelegd. In die sjablonen werd de aquarelverf handmatig of met een kwast op spons aangebracht. Van Dongen heeft ongeveer 80 lithografische werken gemaakt en zo´n 350 illustraties voor boeken. Tot op hoge leeftijd bleef hij productief. 'Waarom niet?' verklaarde hij op 84-jarige leeftijd. 'Veel is verdwenen tijdens mijn leven, maar de schilderkunst blijft.'

