Jan Sluijters ('s-Hertogenbosch 1881 - Amsterdam 1957)
Jan Sluijters geldt als één van de vernieuwers van de Nederlandse schilderkunst aan het begin van de 20ste-eeuw. Hij was kunstschilder maar ontwierp ook affiches en boekillustraties en werkte als boekbandontwerper. Hij werd vooral beroemd door zijn vrouwenportretten – al of niet naakt – in een realistische stijl, met fauvistische invloeden zodat kleur een belangrijke rol bleef spelen. Met zijn vrouwennaakten zorgde de Nederlandse kunstenaar, geboren in Den Bosch, voor veel ophef. Critici vergeleken de vrouwen van Sluijters met vampieren: “Haar rode mond is de verboden vrucht die (...) lokt in het donkere gelaat. Het gouden naakte lijf onder den doorschijnend roode sluier is het geweldige vleesch in al zijn verschroeiende glorie.” Behalve afkeuring spreekt hieruit ook de aantrekkingskracht die uitgaat van de spraakmakende werken van Sluijters. Sluijters won de Prix de Rome in 1904 en reisde met zijn toelage naar Italie, Spanje en ook Parijs. Was zijn stijl eerst nog gebaseerd op Art Nouveau, tijdens zijn reis werd zijn werk meer expressionistisch. De jury schrok en sprak van een ‘een valsch streven naar gewild nieuwe kleurstemmingen en naar ruwe hartstochtelijkheid’ en trok zijn studiebeurs in. Hierdoor moest Sluijters zijn reis abrupt afbreken en naar Amsterdam terugkeren. Onbedoeld leverde het hem ook veel publiciteit op in Nederland. Parijs bleef voor Sluijters een bron van inspiratie. In 1906 zag hij de fauvistische werken van Kees van Dongen en kunst van Henri de Toulouse-Lautrec, die grote indruk op hem maakten. Het maakte zijn eigen werk losser en felgekleurd. Toch heeft Sluijters er – in tegenstelling tot Van Dongen – nooit voor gekozen zich definitief in Parijs te vestigen. Hij bleef in Amsterdam en leidde, naarmate hij ouder werd, steeds meer een uitermate huiselijk leven: “Ik werk den geheelen dag en s’middags ga ik naar Arti, biljarten. Ik ben onder mijn collega’s een echte kruidenier, helemaal niet artistiek”, vertelde hij de Groene Amsterdammer in 1928. Hij koos zijn onderwerpen uit zijn directe omgeving. Zijn vrouw en kinderen speelden een grote rol in zijn werk. “De heele wereld voor mijn inspiratie ligt hier in een kring van vijf en twintig meter om heen. Ik reis niet. Hier vind ik alles wat ik schilder, m’n vrouw, m’n kinderen, deze meubelen, ‘n paar vazen en pullen – de bloemen, ja, deze cactusplanten, en nu en dan een modelletje.” (Nieuwe Rotterdamsche Courant , 24 december 1927). Sluijters nam in 1937 tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs de Grand Prix in ontvangst. In eigen land werd de kunstschilder geëerd met overzichtstentoonstellingen in het Stedelijk Museum in Amsterdam (1941 en 1951) en het Ridderschap in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1952). Van 18 september 2011 t/m 21 januari 2012 organiseert het Singermuseum in Laren een uitgebreide overzichtstentoonstelling van de kunstenaar. Het project is een samenwerking met het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in Den Haag. Deze instelling lanceert gelijktijdig met de tentoonstelling een catalogus van Jan Sluijters.

